Veldwerk
De veldwerkzaamheden worden onder certificaat uitgevoerd (BRL SIKB 2000, VKB protocol 2001 en 2002).
Voor aanvang van de werkzaamheden wordt (zonodig) een KLIC-melding gedaan. Deze melding wordt
gedaan in verband met eventueel aanwezige kabels en leidingen op de onderzoekslocatie.
De aangetroffen bodemopbouw bij de boringen wordt vastgelegd in nauwkeurige boorbeschrijvingen,
welke in overzichtelijke staten worden uitgewerkt, conform NEN 5104. Tijdens het veldwerk wordt
vooral gelet op eventuele zintuiglijk waarneembare verontreinigingen.
Ook wordt gelet op asbestverdachte materialen. Bij de grondboringen wordt van het bemonsterde
materiaal de geur, kleur en grondsoort beschreven. Daar waar mogelijk wordt tevens de grondwaterstand opgenomen.
Verder worden alle grondwatermonsters in het veld onderzocht op de zuurgraad (pH) en soortelijke geleiding. Indien tijdens de veldwerkzaamheden blijkt dat de milieukundige situatie van de bodem niet overeenkomt met het verwachtingspatroon (verkregen uit het vooronderzoek), wordt altijd met de opdrachtgever contact opgenomen. Wellicht dient de onderzoeksstrategie te worden aangepast en/of dienen extra monsters te worden geanalyseerd.
Indien puinlagen aanwezig zijn, wordt nagegaan of in het puin mogelijk asbest aanwezig is. Asbestverdachte materialen worden verzameld. Indien gewenst kunnen (enkele) asbestverdachte materialen worden geanalyseerd. Indien de locatie asbestverdacht is, wordt over het algemeen een monster van de toplaag geanalyseerd op asbest. Vooralsnog kan in zo'n geval meestal worden volstaan met een methode waarbij wordt nagegaan of asbest in de grond aanwezig is. Het gehalte wordt niet bepaald. Indien asbest aanwezig is, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd.
