bodemonderzoek

Sinds eind vorige eeuw de bekende bodemverontreinigingsgevallen zich
openbaarden, is er steeds meer aandacht uitgegaan naar de milieukundige kwaliteit van onze bodem.
Uiteraard speelt de kwaliteit een grote rol bij grondtransacties en grond(her)gebruik, echter de laatste jaren ook steeds vaker bij aan- en verkoop van gebouwen, woningen en installaties. Om de milieukundige kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zo goed mogelijk eenduidig vast te stellen is in het verleden door het Nederlands Normalisatie-instituut NEN) hiervoor een norm ontwikkeld.
Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem en eventueel daaruit vrijkomende grond. De huidige norm is NEN 5740:2009.

Een verkennend bodemonderzoek wordt onder andere gebruikt bij de aanvraag van een bouwvergunning, bij aan- en verkoop van onroerende goederen, bij de vaststelling van de nul- en eindsituatie van bedrijfsterreinen (Wet milieubeheer), bij herontwikkeling en overige stedebouwkundige plannen.
De onderzoeksstrategie is afhankelijk van een aantal specifieke kenmerken van de onderzoekslocatie, zoals de terreingrootte, is er sprake van verdachte terreindelen, de historie van de locatie en de toekomstige functie van het terrein. Op basis hiervan wordt gekozen voor één van de negen onderzoeksstrategieën voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek. De feitelijke uitvoering in het veld vindt plaats onder certificaat. Meer hierover is te lezen onder het submenu Veldwerk.
De onderzoeksresultaten worden landelijk erkend en kunnen zonodig ook worden gebruikt bij notarieel transport.